ECLI:NL:PHR:2000:AA7281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor kosten bodemverontreiniging na afvoer vervuilde grond naar eigen terrein
In deze zaak vordert de Staat op grond van art. 21 van Pro de Interimwet Bodemsanering (IBS) vergoeding van saneringskosten van een terrein in de gemeenten Alphen en Riel. De bodemverontreiniging is veroorzaakt doordat eiseres in 1979 vervuilde grond van een terrein in Tilburg heeft afgegraven en op haar eigen terrein in Alphen en Riel heeft gestort, dat later eigendom werd van de gemeente.
De rechtbank heeft eiseres aansprakelijk gesteld en een matiging van de schadevergoeding toegepast. Het hof heeft het vonnis vernietigd en eiseres veroordeeld tot betaling van de saneringskosten, waarbij het hof oordeelde dat eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door de vervuilde grond te storten zonder kennis van de verontreiniging. Het hof wees het beroep van eiseres op kostenbesparing en voordeelstoerekening af.
De Hoge Raad bevestigt dat de vordering van de Staat alleen toewijsbaar is indien sprake is van een onrechtmatige daad met causaal verband en dat verrekening van voordeel slechts mogelijk is indien dit voordeel voortvloeit uit dezelfde onrechtmatige gedraging. De vermeende besparing in Tilburg is niet toe te rekenen aan de onrechtmatige daad van eiseres, zodat verrekening niet aan de orde is. Het hof heeft terecht de matiging afgewezen en het beroep van eiseres verworpen.
Uitkomst: Eiseres is aansprakelijk voor de saneringskosten en de vordering van de Staat wordt toegewezen zonder verrekening van voordeel.