ECLI:NL:PHR:2000:AA7305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks betwisting van uitleveringsgrond en procesverbaal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van een persoon aan de Republiek Macedonië toestond ter uitvoering van een straf opgelegd door het hof te Skopje. De raadsman van de verzoeker stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder het ontbreken van een volledige uitspraak en de onjuiste kwalificatie van het strafbare feit.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de vierde pagina van de uitspraak geen aanleiding gaf tot nieuwe middelen en dat het cassatiemiddel over de uitleveringsgrondslag faalde omdat de uitleveringsovereenkomst ook gekwalificeerde vormen van diefstal omvat. Daarnaast werd het middel over het niet-ondertekende proces-verbaal verworpen omdat de voorzitter het proces-verbaal wel had vastgesteld en de griffier had ondertekend.
De Hoge Raad vond geen ambtshalve gronden voor vernietiging en wees het beroep af. De uitlevering blijft daarmee in stand, ondanks de aangevoerde bezwaren over procedurele en materiële aspecten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Macedonië blijft in stand.