ECLI:NL:PHR:2000:AA7307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart uitlevering ontoelaatbaar wegens ne bis in idem na eerdere berechting in Oostenrijk
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Duitsland gericht op een persoon die wordt verdacht van het verduisteren van gehuurde voertuigen. De Rechtbank Haarlem had het verzoek tot uitlevering toegelaten, ondanks het verweer dat de feiten niet als oplichting kwalificeerbaar zijn onder Nederlands recht en het ne bis in idem-beginsel.
De feiten betreffen het niet terugbrengen van meerdere gehuurde voertuigen in Duitsland, met de intentie deze naar Joegoslavië te brengen en te verkopen. De verdediging stelde dat geen sprake was van een valse hoedanigheid zoals vereist voor oplichting, en dat de verdachte reeds in Oostenrijk was berecht voor soortgelijke feiten.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ne bis in idem-verweer werd verworpen. De Oostenrijkse veroordeling geldt als een 'final judgment' en betreft dezelfde gedragingen als het uitleveringsverzoek. Daarom is uitlevering ontoelaatbaar. Het arrest vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart de uitlevering ontoelaatbaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de verdachte aan Duitsland ontoelaatbaar wegens het ne bis in idem-beginsel.