ECLI:NL:PHR:2000:AA7482
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring en bevoegdheid bij bouwvergunning en onrechtmatige daad gemeente
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van de gemeente wegens onrechtmatig handelen, omdat de gemeente aan makelaars onjuiste informatie gaf over bouwmogelijkheden van percelen en later aan een derde een bouwvergunning verleende die eiser werd onthouden.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg in het voordeel van eiser, maar het hof verklaarde de vordering verjaard en wees het beroep van eiser af. De Hoge Raad bevestigt dat de schade en onrechtmatige daad in 1986 plaatsvonden, waardoor de vordering op het moment van dagvaarding in 1994 reeds verjaard was volgens de wet van 1924.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd was het hoger beroep in te stellen zonder voorafgaande bekrachtiging door de gemeenteraad, en dat het beroep op niet-ontvankelijkheid van de gemeente daarom faalt.
De klachten van eiser over de verjaringstermijn en de bevoegdheid van het college worden verworpen, waarbij de Hoge Raad aansluit bij eerdere jurisprudentie over de bevoegdheid tot conservatoire maatregelen en de aanvang van de verjaringstermijn bij vorderingen tegen gemeenten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en zijn vordering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.