ECLI:NL:PHR:2000:AA7787
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij uitvoer cocaïne en handhaaft gevangenisstraf
Verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op uitvoer van cocaïne volgens artikel 2 lid 1 onder Pro A van de Opiumwet. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met twee klachten: dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot medeplegen en dat de motivering van de strafmaat ondeugdelijk was. De Hoge Raad oordeelt dat het hof uit de bewijsmiddelen zonder twijfel kon afleiden dat verdachte zodanig bij de uitvoer van 100 gram cocaïne betrokken was dat sprake was van medeplegen. Tevens concludeert het hof dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de cocaïne naar Duitsland zou worden vervoerd.
Ten aanzien van de strafmotivering oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet volstond met een standaardzin, maar de strafmaat passend heeft gemotiveerd door de ernst van het feit, de schadelijkheid van cocaïne en de persoon van verdachte mee te wegen. De klachten falen en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot één jaar gevangenisstraf voor medeplegen van uitvoer van cocaïne.