ECLI:NL:PHR:2000:AA7788
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging tenlastelegging en redelijke termijn in WAM-overtreding
De zaak betreft een verzoeker die door de Arrondissementsrechtbank Breda is veroordeeld wegens overtreding van artikel 30 lid 2 van Pro de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). De rechtbank legde tevens een ontzegging van de rijbevoegdheid op.
In hoger beroep werd een wijziging van de tenlastelegging toegelaten door de officier van justitie, waarbij een subsidiair feit werd toegevoegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze wijziging wegens de vermeende tardiviteit en verjaring, maar de rechtbank verwierp dit bezwaar omdat de wijziging hetzelfde feit betrof en de procedurele voorwaarden waren nageleefd.
De Hoge Raad bevestigt dat de officier van justitie bevoegd is om ook in hoger beroep een wijziging van de tenlastelegging te vorderen zolang het feit hetzelfde blijft en de vordering tijdens het onderzoek ter terechtzitting wordt gedaan. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat er geen sprake is van schending van het recht op een redelijke termijn, mede omdat verzoeker niet tijdig een beroep op deze schending heeft gedaan in de eerdere procedure.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen. Er is geen aanleiding om ambtshalve te vernietigen. De zaak benadrukt het belang van flexibiliteit in de tenlastelegging en de strikte voorwaarden voor het recht op een redelijke termijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de wijziging van de tenlastelegging is toegestaan en het recht op een redelijke termijn is niet geschonden.