ECLI:NL:PHR:2000:AA7908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdige inschrijving verklaring van waardeloosheid in openbare registers
In deze zaak gaat het om de vraag of het cassatieberoep van eisers ontvankelijk is, nu niet is voldaan aan het vereiste van tijdige inschrijving in het register zoals voorgeschreven in art. 3:29 lid 3 BW Pro. Eisers hadden een verklaring van verkrijgende verjaring van een bospad in de openbare registers laten inschrijven, maar verweerster stelde dat deze inschrijving waardeloos was en vorderde nietigverklaring.
De rechtbank en het hof wezen de vordering van eisers af, stellende dat geen sprake was van ondubbelzinnig bezit dat tot verkrijgende verjaring kon leiden. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en ingeschreven in het register, hoewel het cassatieberoep niet tijdig was ingeschreven.
De Hoge Raad benadrukt dat de regeling van art. 3:29 lid 3 BW Pro dient ter waarborging van rechtszekerheid, zodat een cassatieberoep tegen een verklaring van waardeloosheid binnen 8 dagen moet worden ingeschreven. Omdat eisers dit niet hebben gedaan, is hun cassatieberoep niet-ontvankelijk. Het beroep op de deformaliseringstendens faalt, evenals het argument dat verweerster haar recht op niet-ontvankelijkheid zou hebben verwerkt.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van strikte naleving van de inschrijvingsvereiste om misverstanden in de openbare registers te voorkomen en de rechtszekerheid te waarborgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige inschrijving in het register.