ECLI:NL:PHR:2000:AA8161
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Grensgeschil tussen buren over eigendom strook grond en verkrijgende verjaring
Partijen zijn buren met aangrenzende percelen, waarbij een erfdienstbaarheid van weg en een sloot de grens vormen. Er ontstond onenigheid over de exacte ligging van de perceelsgrens, mede door een kadastrale grensvaststelling in 1989 die afweek van de gebruikelijke slootgrens.
De Rechtbank verwierp het beroep op verkrijgende verjaring door eiser en stelde dat de kadastrale grens beslissend was. Het Hof bevestigde dit oordeel en wees de vorderingen van eiser af, waarbij het Hof oordeelde dat de kadastrale grens tevens de eigendomsgrens vormt.
Eiser stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte het beroep op verkrijgende verjaring buiten beschouwing liet, terwijl dit een zelfstandige rechtsvraag betreft die losstaat van de kadastrale grens. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had en vernietigt het arrest, verwijzend naar een nadere behandeling van het geschil, met name over het beroep op verkrijgende verjaring.
De zaak betreft een complex grensconflict waarbij de juridische eigendomsgrens mogelijk afwijkt van de kadastrale grens door langdurig bezit en gebruik. De Hoge Raad benadrukt dat de kadastrale grens niet automatisch de eigendomsgrens hoeft te zijn en dat verkrijgende verjaring een zelfstandige grond is die onderzocht moet worden.
De Hoge Raad wijst ook op het belang van een zorgvuldige bewijsvoering en het niet onterecht buiten behandeling laten van grieven die een fundamentele rechtsvraag betreffen. De zaak wordt terugverwezen voor verdere beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor nadere behandeling van het grensgeschil en het beroep op verkrijgende verjaring.