ECLI:NL:PHR:2000:AA8199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen niet appellabel kantongerechtvonnis wegens motiveringsklachten
In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin zijn vordering tot betaling werd afgewezen. De kantonrechter had geoordeeld dat eiser geen bewijs had geleverd dat verweerster hem opdracht had gegeven om haar debiteur in rechte te betrekken en het vonnis te executeren.
Het geschil betrof de vraag of eiser gerechtigd was incassowerkzaamheden te verrichten, waaronder gerechtelijke procedures en executiemaatregelen. De kantonrechter had eiser in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren, maar eiser verscheen niet op het getuigenverhoor. Het vonnis werd gewezen en eiser stelde beroep in cassatie in.
De Hoge Raad overwoog dat het vonnis van de kantonrechter niet appellabel was vanwege de hoogte van de vordering en dat cassatie slechts mogelijk is op de in artikel 100 lid 1 Wet Pro RO genoemde gronden. De door eiser aangevoerde motiveringsklachten vallen hier niet onder en kunnen niet worden beoordeeld zonder de juistheid van de rechtsopvatting te toetsen, wat niet is toegestaan.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk. Verweerster was niet verschenen in cassatie, waarna verstek tegen haar was verleend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toegestane cassatiegrond.