ECLI:NL:PHR:2000:AA8291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over ontvankelijkheid cassatieberoepen in procedure tegen Nederlandse Antillen en Digitec Security
In deze zaak stonden twee cassatieberoepen centraal, ingediend door respectievelijk de Nederlandse Antillen en Digitec Security Corporation N.V., gericht tegen beslissingen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De kernvraag betrof de ontvankelijkheid van deze cassatieberoepen, waarbij het ging om de uitleg en toepassing van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen.
De feiten betreffen een geschil waarin Digitec het Land (Nederlandse Antillen) aansprak wegens wanprestatie en schadevergoeding. Na een vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg op 8 maart 1999, waarin het Land werd veroordeeld, ontstond discussie over de mogelijkheid tot tussentijds hoger beroep en de termijn daarvoor. Het hof verklaarde het Land niet-ontvankelijk in een verzoek tot tussentijds hoger beroep, maar stelde een nieuwe appeltermijn vast, waartegen beide partijen cassatieberoep instelden.
De Hoge Raad oordeelde dat de Cassatieregeling strikt moet worden toegepast en dat zolang de hoofdprocedure nog niet is afgerond, tussentijds cassatieberoep niet ontvankelijk is. Hierdoor werden beide cassatieberoepen niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd bevestigd dat de verzoekschriftprocedure niet als zelfstandige procedure kan worden beschouwd. De kosten van de procedure werden aan beide partijen opgelegd.
Uitkomst: Beide cassatieberoepen werden niet-ontvankelijk verklaard wegens hangende hoofdprocedure.