ECLI:NL:PHR:2000:AA8294
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid Nederlandse normen voor draagbaar klimmaterieel en afwijzing beroep op redelijke termijn EVRM
De zaak betreft een Nederlandse ladderfabrikant die werd veroordeeld wegens overtreding van het Besluit draagbaar klimmaterieel. Het hof legde een geldboete op, deels voorwaardelijk, en wees een beroep op schending van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM Pro af. De verdediging stelde dat het onderzoek en de vervolging te lang hadden geduurd, maar het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie voldoende actief was geweest.
Daarnaast stelde de verdediging dat de Nederlandse normen voor ladders, die een weerstand van 3500 Newton vereisen, strijdig waren met Europese normen (EN 131-1 en EN 131-2) die een lagere weerstand van 2600 Newton voorschrijven. De Hoge Raad bevestigde dat deze Europese normen geen onderdeel uitmaken van het EU-recht en dat het aan de Nederlandse wetgever is om strengere eisen te stellen, tenzij sprake is van een onrechtmatige handelsbelemmering, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het cassatieberoep ongegrond was. De strafrechtelijke veroordeling bleef in stand, waarbij het hof ook de geldboete had gematigd vanwege de verstreken tijd. De zaak illustreert de toepassing van redelijke termijn en de verhouding tussen nationale en Europese productnormen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens overtreding van het Besluit draagbaar klimmaterieel.