ECLI:NL:PHR:2000:AA8296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke beoordeling van verboden schuldbemiddeling en budgetbeheer onder de Wet op het consumentenkrediet
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte zich schuldig had gemaakt aan verboden schuldbemiddeling zoals bedoeld in artikel 47 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (Wck). Het hof had vastgesteld dat verdachte kosten in rekening bracht voor budgetbeheer, dat zij als losstaande activiteit beschouwde, maar dit werd door het hof verworpen omdat budgetbeheer nauw samenhangt met schuldbemiddeling en het verbod op schuldbemiddeling daardoor ook daarop van toepassing is.
De verdediging voerde aan dat budgetbeheer geen onderdeel vormt van schuldbemiddeling en dat verdachte geen kosten mocht rekenen voor schuldbemiddeling, maar wel voor budgetbeheer. De Hoge Raad oordeelde dat deze scheiding onjuist is en dat het verbod op schuldbemiddeling ook de kosten voor budgetbeheer omvat, omdat anders het verbod gemakkelijk omzeild kan worden.
Daarnaast werd het beroep op rechtsdwaling afgewezen. Verdachte had zich beroepen op positieve voorlichting van de bevoegde overheid over de geoorloofdheid van haar handelen, maar het hof vond dit niet aannemelijk. Ook werd overwogen dat het aanvragen van een ontheffing voor het tweede ten laste gelegde feit niet noodzakelijk was, waardoor de veroordeling daarvoor niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar een ander gerechtshof.