ECLI:NL:PHR:2000:AA8301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuld zonder strafoplegging bij dood door onvoorzichtigheid in apotheek
Verzoekster werd door het gerechtshof Arnhem schuldig verklaard aan het veroorzaken van de dood van een ander door schuld, zonder dat een straf of maatregel werd opgelegd. Het hof oordeelde dat zij onvoldoende oplettendheid betrachtte bij het gebruik van de juiste pot stof bij de bereiding van geneesmiddelen in een apotheek, wat van levensbelang is.
In cassatie stelde verzoekster dat het bewijs van schuld onvoldoende was en dat het beroep op dwaling ten onrechte was verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de mate van oplettendheid die van iemand in een apotheek mag worden verwacht, niet was nageleefd. De verklaring van de getuige-deskundige over mogelijke situationele factoren die de fout konden verklaren, leidde niet tot een discrepantie met het oordeel van het hof.
Verder verwierp de Hoge Raad het beroep op dwaling omdat de voorafgaande onvoorzichtigheid van verzoekster, die zij zelf had kunnen ontdekken, een verschoonbare dwaling uitsloot. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij medicijnbereiding en bevestigt dat onvoorzichtigheid tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden, ook zonder strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schuld zonder strafoplegging wegens onvoorzichtigheid bij medicijnbereiding.