ECLI:NL:PHR:2000:AA8359
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieverzoek wegens niet-naleving vormvereisten
In deze zaak diende verzoekster een verzoekschrift in bij de Hoge Raad tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 9 december 1998. Het verzoekschrift werd per fax ingediend en was binnen de termijn van twee maanden ontvangen, wat op het eerste gezicht aan de termijnvereisten voldeed.
Echter, verzoekster heeft niet voldaan aan de aanvullende vereisten van artikel 426b lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zij heeft de bestreden uitspraak en de relevante stukken van het geding niet overgelegd. Hierdoor kon de Hoge Raad niet vaststellen of het cassatieberoep tijdig was ingesteld en of het middel een feitelijke grondslag had in de bestreden uitspraak en de gedingstukken.
Op grond van artikel 429 lid 2 Rv Pro in samenhang met artikel 419 lid 2 Rv Pro leidt dit tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Hoewel uit een brief van de Advocaat-Generaal bleek dat het de bedoeling was het cassatieberoep in te trekken, is dit niet daadwerkelijk gebeurd. De conclusie van de Advocaat-Generaal luidde dan ook dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van procesvereisten.