ECLI:NL:PHR:2000:AA8404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verbetering vonnis inzake vergoeding proceskosten rechtsbijstand na verkeersovertreding
De verdachte werd door de rechtbank Haarlem veroordeeld voor een overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en kreeg een geldboete opgelegd. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1315,63 aan de benadeelde partij toegewezen, waarbij kosten rechtsbijstand waren inbegrepen.
De benadeelde partij verzocht later om een aanvullende vergoeding van €3500 smartengeld, maar dit verzoek werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit niet tijdig was aangevoerd volgens art. 51b Sv. De Hoge Raad richtte zich vervolgens op de juiste toewijzing van de kosten rechtsbijstand.
De Hoge Raad stelde vast dat kosten rechtsbijstand niet als directe schadepost kunnen worden beschouwd, maar wel als proceskosten die apart moeten worden toegewezen volgens art. 592a Sv. De rechtbank had deze kosten ten onrechte op nihil gesteld. De Hoge Raad verbeterde daarom het vonnis door de kosten rechtsbijstand af te splitsen van de schadevergoeding en afzonderlijk toe te wijzen, zonder dat dit het totaalbedrag wijzigde.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten rechtsbijstand als proceskosten, afzonderlijk van de schadevergoeding.