ECLI:NL:PHR:2000:AA8732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wanprestatie wegens niet-nakoming deelnemingsverbintenis in besloten vennootschap
In deze zaak stond centraal de vraag of eiser en eiseres zich schuldig hadden gemaakt aan wanprestatie door niet deel te nemen in een besloten vennootschap (B.V.) zoals afgesproken met verweerder. De feiten betreffen afspraken uit 1983/1984 over de oprichting van een B.V. waarin eiser en eiseres elk 25% zouden deelnemen, terwijl verweerder 50% zou houden. Na betaling van het kapitaal door een derde partij ([A B.V.]) en oprichting van de B.V. ontstond onenigheid over de deelname en het gebruik van gelden.
De rechtbank wees de vorderingen van verweerder af wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat eiser en eiseres wanprestatie hadden gepleegd door niet aan hun deelnemingsverplichting te voldoen, en veroordeelde hen tot schadevergoeding op te maken bij staat. De Hoge Raad toetste in cassatie de motivering van het hof en bevestigde dat de wanprestatie vaststaat, ook zonder ingebrekestelling, omdat eiser en eiseres duidelijk hadden laten weten niet te zullen nakomen.
De Hoge Raad benadrukte dat onder het oude recht (toepasselijk hier) wanprestatie vereist dat de verbintenis opeisbaar is en de prestatie uitblijft, hetgeen hier het geval was. De opschortingsbevoegdheid werd verworpen omdat eiser en eiseres hadden afgezien van samenwerking en de prestatie niet van de derde partij ([A B.V.]) kwam. De schadestaatprocedure is passend omdat de omvang van de schade nog vastgesteld moet worden. Het beroep van eiser en eiseres wordt verworpen en zij worden in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat eiser en eiseres wanprestatie pleegden en veroordeelt hen tot schadevergoeding op te maken bij staat.