ECLI:NL:PHR:2000:AA8824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling poging uitlokking moord zonder vrijwillige terugtred
Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft verdachte op 22 december 1999 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van moord door giften, beloften en het verschaffen van inlichtingen.
Verdachte stelde in cassatie dat er sprake was van vrijwillige terugtred omdat hij het geld terug had willen halen dat hij had gegeven om iemand te vinden die twee personen zou vermoorden. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het misdrijf was voltooid op het moment van het overhandigen van het geldbedrag.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat sprake was van een voltooide poging en niet van een geschorste poging. Omdat verdachte alles had gedaan wat nodig was voor voltooiing en het uitblijven van het gevolg niet aan hem te wijten was, kon geen sprake zijn van vrijwillige terugtred.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot uitlokking van moord.