ECLI:NL:PHR:2000:AA8922
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrije bewijsleer bij bewijs van tijdelijk dienstverband ondanks schriftelijkheidsvereiste CAO
In deze zaak stond centraal of de bewijsvoering omtrent de aard van een arbeidsovereenkomst beperkt is tot schriftelijke bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 2 van Pro de CAO voor de tuinbouw. De werknemer, die meende een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te hebben, werd door de werkgever ontslagen wegens gebrek aan werk. De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat sprake was van een tijdelijk dienstverband, waarbij de werkgever voldoende bewijs leverde via getuigenverklaringen.
De Hoge Raad bevestigde dat de vrije bewijsleer geldt, waardoor bewijs ook door getuigenverklaringen kan worden geleverd, tenzij de wet anders bepaalt. De CAO-eis dat arbeidsovereenkomsten schriftelijk moeten worden vastgelegd, leidt niet tot een uitsluitende bewijsmethode. De Hoge Raad wees erop dat de sanctie van nietigheid niet van toepassing is op het ontbreken van schriftelijke vastlegging en dat de bewijslastverdeling door de lagere rechters passend was.
De uitspraak benadrukt het belang van een ruime bewijsopvatting in arbeidsrechtelijke geschillen en bevestigt dat de schriftelijkheidsvereiste in de CAO niet betekent dat mondelinge overeenkomsten niet kunnen worden bewezen. Het cassatieberoep van de werknemer werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen; bewijs van tijdelijk dienstverband kan ook door getuigenverklaringen worden geleverd ondanks schriftelijkheidsvereiste CAO.