ECLI:NL:PHR:2000:AA8966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplichtigheid door nalaten bij doodslag van hulpeloze persoon
Verzoeker woonde samen met het slachtoffer en een medeverdachte die het slachtoffer mishandelde. Verzoeker mishandelde het slachtoffer zelf ook meerdere malen met geweldsmiddelen zoals een stok, handen, een stanleymes en een stuk trapleuning. Het slachtoffer raakte hierdoor ernstig gewond en kon niet meer lopen.
Tijdens een fatale mishandeling door de medeverdachte hoorde verzoeker het slachtoffer huilen om hulp, maar hij sloot zijn kamerdeur en zette de stereo hard aan om het gehuil niet te horen. Ondanks zijn kennis van de ernstige toestand van het slachtoffer, greep verzoeker niet in en maande de medeverdachte slechts om iets zachter te zijn. Na het vertrek van de medeverdachte liet verzoeker het slachtoffer zwaar gewond achter zonder hulp te zoeken.
Het hof legde verzoeker twaalf jaar gevangenisstraf op wegens medeplichtigheid aan doodslag, zware mishandeling en meervoudige mishandeling. Verzoeker stelde cassatie in met het argument dat hij geen bijzondere zorgplicht had om in te grijpen. De Hoge Raad oordeelde dat iemand die een ander in een hulpeloze positie brengt een zorgplicht heeft om adequate maatregelen te nemen tegen schadelijk gedrag van derden. Verzoekers nalaten werd gezien als opzettelijke medeplichtigheid, omdat hij wist wat er gebeurde en bewust niets deed.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de veroordeling. Hiermee is duidelijk dat nalaten van ingrijpen bij een hulpeloze ander kan leiden tot medeplichtigheid aan strafbare feiten zoals doodslag.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoeker tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan doodslag door nalaten in te grijpen.