ECLI:NL:PHR:2000:AA8988
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bevoegdheid en waardepeildatum WOZ-beschikkingen gemeente Nieuwegein
De zaak betreft een geschil tussen belanghebbende, eigenaar van een woning in gemeente Nieuwegein, en het College van burgemeester en wethouders over de vaststelling van de WOZ-waarde van zijn woning. Na een verbouwing in 1996 stelde het College twee WOZ-beschikkingen vast: één met waardepeildatum 1 januari 1992 voor het tijdvak 1997-2000 en een tweede, hogere beschikking eveneens voor dat tijdvak, maar met een gewijzigde waarde vanwege de verbouwing.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de tweede beschikking, dat werd ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde dit oordeel, maar de Hoge Raad vernietigt het vonnis en wijzigt de beschikking in die zin dat de waardepeildatum niet 1 januari 1997 is, maar 1 januari 1998. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het bevoegdheidsgebrek bij het vaststellen van de beschikking een vormgebrek is dat kan worden geheeld volgens artikel 6:22 Awb Pro.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wetsgeschiedenis en de wijzigingen in de bevoegdheidsverdeling tussen het college en aangewezen ambtenaren, en bevestigt dat de WOZ-beschikking II een waardeveranderingsbeschikking is op grond van artikel 25 Wet Pro WOZ en geen herzieningsbeschikking. De Hoge Raad wijst ook op de proceskostenvergoeding voor belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het Hof, wijzigt de WOZ-beschikking II naar een geldigheid vanaf 1 januari 1998 en oordeelt dat het bevoegdheidsgebrek een vormgebrek is dat kan worden geheeld.