ECLI:NL:PHR:2000:AA9039
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het voeren van de titel architect door natuurlijke en rechtspersonen volgens de Wet op de architectentitel
Deze zaak betreft een geschil tussen een architectenbureau en de Stichting Bureau Architectenregister (SBA) over het gebruik van de titel 'architect' en de aanduiding 'architectenbureau'. De Wet op de architectentitel beschermt de titel architect en bepaalt dat alleen natuurlijke personen die zijn ingeschreven in het architectenregister deze titel mogen voeren. De SBA vorderde dat de vennootschap en haar directeur zich zouden onthouden van het gebruik van de titel en aanduidingen waarin 'architect' voorkomt, omdat zij niet als architect waren ingeschreven.
De rechtbanken oordeelden dat het gebruik van de titel door de vennootschap en haar directeur onrechtmatig was en legden een verbod op, inclusief een dwangsomsanctie. In cassatie werd de vraag behandeld of het verbod ook op rechtspersonen van toepassing is, aangezien alleen natuurlijke personen kunnen worden ingeschreven in het register. De Hoge Raad bevestigde dat rechtspersonen zelf geen titel kunnen voeren, maar wel de aanduiding mogen gebruiken indien de werkzaamheden worden verricht onder leiding of toezicht van een geregistreerd architect.
De Hoge Raad verwierp tevens het beroep op redelijkheid en billijkheid door de directeur en oordeelde dat de overgangsregeling niet meer van toepassing is. Daarnaast werd geoordeeld dat de SBA geen aanspraak kan maken op incassokosten omdat het verbod niet strekt tot bescherming van haar eigen belang, maar tot consumentenbescherming. De conclusie is dat het beroep en het incidenteel beroep worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat alleen ingeschreven natuurlijke personen de titel architect mogen voeren, en dat rechtspersonen deze titel niet mogen gebruiken zonder een geregistreerd architect onder leiding.