ECLI:NL:PHR:2000:AA9052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt mogelijkheid proceskostenveroordeling bij homologatie surséance-akkoord
In deze zaak heeft Radius tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld tegen een proceskostenveroordeling die verband houdt met de homologatie van een surséance-akkoord van Callmax. De rechtbank had het akkoord gehomologeerd, ondanks dat Radius als enige crediteur tegenstemde. Het hof verwierp de bezwaren van Radius en veroordeelde haar in de proceskosten.
Radius stelde dat de homologatieprocedure geen mogelijkheid tot kostenveroordeling biedt vanwege de bijzondere aard en het non-contradictoire karakter ervan. De Hoge Raad overweegt dat de Faillissementswet geen expliciete bepaling bevat die kostenveroordeling uitsluit en dat de regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art. 429k en volgende) deze mogelijkheid wel biedt voor verzoekschriftprocedures, tenzij de wet het uitdrukkelijk uitsluit.
De Hoge Raad benadrukt dat de belangen van schuldeisers bij homologatie voldoende worden beschermd door de procedure zelf en dat het risico van een proceskostenveroordeling niet zodanig afschrikt dat deze mogelijkheid moet worden uitgesloten. Ook het argument dat Radius onvoldoende belang zou hebben bij het beroep wordt door het hof terecht beoordeeld. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de kostenveroordeling standhoudt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de proceskostenveroordeling bij homologatie van het surséance-akkoord.