ECLI:NL:PHR:2000:AA9053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en vergoeding bij optierecht volgens art. 7:685 BW
Intramco Europe B.V. verzocht de Kantonrechter Lelystad om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van gewichtige redenen volgens art. 7:685 BW Pro. De Kantonrechter kende een vergoeding toe aan de werknemer, waaronder het recht om gebruik te maken van een optieregeling uit een eerdere overeenkomst.
Intramco ging in hoger beroep bij de Rechtbank Zwolle en stelde dat de toekenning van het optierecht als vergoeding buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW Pro viel, en dat zij daarom ontvankelijk was in hoger beroep ondanks het rechtsmiddelenverbod in lid 11 van dat artikel. De Rechtbank oordeelde dat de Kantonrechter bevoegd was geweest en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Intramco stelde in cassatie dat het oordeel van de Rechtbank omtrent de vergoeding onjuist was. De Hoge Raad overwoog dat het rechtsmiddelenverbod alleen doorbroken kan worden bij klachten dat de rechter buiten het toepassingsgebied van het artikel is getreden, het artikel ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten, of essentiële vormen zijn verzuimd. Intramco had geen dergelijke klacht geformuleerd.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van het rechtsmiddelenverbod in art. 7:685 lid 11 BW Pro en de bevoegdheid van rechters om vergoeding toe te kennen inclusief optierechten binnen dat kader.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van Intramco niet-ontvankelijk wegens het niet doorbreken van het rechtsmiddelenverbod in art. 7:685 lid 11 BW.