ECLI:NL:PHR:2000:AA9144
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over reikwijdte van feitelijke grondslag in overeenkomst recuperatie porseleinen vazen
Eiser kocht in 1992 bij Christie's zeven partijen Chinees porselein uit een scheepswrak en gaf verweerster opdracht tot recuperatie van deze vazen. Verweerster voerde werkzaamheden uit en bracht kosten in rekening. Eiser protesteerde later tegen vermeende tekortkomingen en stelde dat de vazen beschadigd waren geraakt door de recuperatie.
De rechtbank wees de vordering van eiser af omdat hij niet tijdig had geprotesteerd volgens art. 6:89 BW Pro. Het Hof bevestigde dit oordeel en vond dat eiser onvoldoende duidelijkheid had verschaft over de totstandkoming en inhoud van de overeenkomst. Eiser stelde dat de vordering niet alleen gebaseerd was op volledige recuperatie, maar ook op beschadiging door de uitgevoerde werkzaamheden.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte de feitelijke grondslag van de vordering te beperkt heeft gelezen en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet heeft onderzocht of de vorderingen ook bij aanvaarding van de visie van verweerster konden worden toegewezen. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.