ECLI:NL:PHR:2000:AB1240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van incassokosten bij betekening van dwangbevel en volmacht voor cassatie
In deze zaak stond centraal of incassokosten en BTW daarop kunnen worden verhaald op een veroordeelde bij de betekening van een dwangbevel en wanneer het incassostadium aanvangt. De kantonrechter had geoordeeld dat incassokosten pas verschuldigd zijn wanneer daadwerkelijk incassohandelingen worden verricht na betekening van het exploit. De Hoge Raad oordeelde dat het exploit van het betalingsbevel zelf al het begin van incasso inhoudt, waardoor incassokosten vanaf dat moment in rekening mogen worden gebracht.
Daarnaast werd de vraag behandeld of een officier van justitie beroep in cassatie kan instellen door een schriftelijk gevolmachtigde met een bijzondere volmacht. De Hoge Raad bevestigde dat dit mogelijk is, ondanks dat art. 450 Sv Pro dit niet expliciet regelt voor het openbaar ministerie, met het oog op praktische overwegingen.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van de kantonrechter dat incassokosten pas bij daadwerkelijke incassohandelingen verschuldigd zijn en verklaarde het verzet tegen incassokosten ongegrond. Tevens werd toegelicht dat exploitkosten en incassokosten verschillende kostenposten zijn en beide redelijk in rekening kunnen worden gebracht volgens het Deurwaardersreglement.
Ten slotte benadrukte de Hoge Raad dat de kantonrechter incassokosten niet ambtshalve mag matigen tot onder het wettelijk bepaalde tarief zonder gemotiveerde grondslag. De conclusie van de advocaat-generaal was dat het middel gegrond is en de beslissing van de kantonrechter dient te worden vernietigd.
Uitkomst: Incassokosten zijn vanaf het exploit van het betalingsbevel verschuldigd en cassatie kan door een schriftelijk gevolmachtigde namens de officier van justitie worden ingesteld.