ECLI:NL:PHR:2001:AA9308
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid CMR-verdrag en uitleg bewuste roekeloosheid bij aansprakelijkheid vervoerder
In deze zaak staat centraal of de CMR-verordening van toepassing is op een vervoerovereenkomst tussen Nedlloyd en eiseres, en wat de betekenis is van 'roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien' in art. 8:1108 lid 1 BW Pro in samenhang met art. 29 CMR Pro.
De feiten betreffen het vervoer van een container met goederen, die op een verlaten industrieterrein werd gestolen nadat de chauffeur de container daar had geparkeerd zonder adequate beveiliging. De verzekeraar Cigna vorderde van eiseres vergoeding van het volledige schadebedrag wegens grove schuld van de chauffeur.
De rechtbank oordeelde dat de CMR van toepassing was, maar geen sprake was van opzet of roekeloosheid met wetenschap van schade. Het hof stelde echter dat de chauffeur roekeloos had gehandeld en wist dat schade waarschijnlijk was, waardoor de aansprakelijkheidsbeperking doorbroken werd. Eiseres kwam in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat de CMR op de raamovereenkomst van toepassing is, ook als het vervoer geen internationaal karakter heeft, mits voldaan is aan de voorwaarden van art. 8:1102 BW Pro. Tevens verduidelijkt de Hoge Raad dat het criterium van bewuste roekeloosheid een subjectief element bevat; de chauffeur moet willens en wetens zonder afweging hebben gehandeld met wetenschap van de waarschijnlijkheid van schade. Het hof heeft dit niet voldoende vastgesteld, waardoor het oordeel niet kan standhouden. De zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onvoldoende vaststelling van bewuste roekeloosheid.