ECLI:NL:PHR:2001:AA9310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke werking keuringsverbod Wet op de medische keuringen bij pensioenvoorzieningen
In deze zaak staat centraal of het keuringsverbod van artikel 4 lid 3 van Pro de Wet op de medische keuringen (WMK) onmiddellijke werking heeft, ook voor deelneming aan pensioenvoorzieningen op basis van collectieve overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van de WMK zijn gesloten. Nationale Nederlanden stelde dat het keuringsverbod niet geldt voor dergelijke gevallen, terwijl eiser betoogde dat het verbod wel van toepassing is.
De Rechtbank had Nationale Nederlanden in het gelijk gesteld, stellende dat de WMK geen overgangsbepalingen bevat en dat de onmiddellijke werking niet geldt voor reeds gesloten collectieve overeenkomsten. De Hoge Raad analyseerde uitgebreid de parlementaire geschiedenis, waarin werd bevestigd dat de WMK directe werking heeft, met uitzondering van uitsluitingsclausules in lopende contracten die worden geëerbiedigd.
De Hoge Raad concludeert dat het keuringsverbod van artikel 4 lid 3 WMK Pro geen eerbiedigende werking kent en dus onmiddellijke werking heeft. Dit betekent dat vanaf de inwerkingtreding van de WMK geen medische keuring mag plaatsvinden voor deelneming aan pensioenvoorzieningen, ook indien deze zijn gebaseerd op vóór de inwerkingtreding gesloten collectieve overeenkomsten. De vordering van Nationale Nederlanden wordt daarom afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van het doel van de WMK, namelijk het wegnemen van belemmeringen voor toegang tot arbeid en pensioenvoorzieningen, en bevestigt dat civiele contractuele afspraken niet kunnen afwijken van dit wettelijke verbod.
Uitkomst: Het keuringsverbod van artikel 4 lid 3 WMK heeft onmiddellijke werking en geldt ook voor pensioenvoorzieningen op basis van vóór de inwerkingtreding gesloten collectieve overeenkomsten, waardoor de vordering van Nationale Nederlanden wordt afgewezen.