ECLI:NL:PHR:2001:AA9439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over niet-ontvankelijkheid bij herstelexploit en appeltermijn
In deze zaak stond centraal of eiseres terecht niet-ontvankelijk werd verklaard in hoger beroep vanwege het niet tijdig inschrijven van de zaak ter rolle en het uitbrengen van een tweede dagvaarding (herstelexploit) na het verstrijken van de appeltermijn. De eerste dagvaarding was weliswaar binnen de appeltermijn uitgebracht, maar de zaak was niet ter rolle ingeschreven voor de eerst dienende dag. De tweede dagvaarding werd uitgebracht om een beperkte correctie aan te brengen en de rechtsdag te wijzigen.
De rechtbank had geoordeeld dat de niet-tijdige inschrijving ter rolle tot niet-ontvankelijkheid moest leiden en dat het uitbrengen van de tweede dagvaarding na de appeltermijn de appeltermijn zou oprekken, wat niet was toegestaan. De Hoge Raad oordeelde echter dat het algemene uitgangspunt dat niet-tijdige inschrijving leidt tot niet-ontvankelijkheid niet zonder meer geldt wanneer een herstelexploit wordt uitgebracht om een fout te herstellen, ook al is dit na de appeltermijn, mits dit gebeurt vóór de dienende dag en onder handhaving van het oorspronkelijke exploit.
Verder stelde de Hoge Raad dat de appeltermijn niet wordt opgerekt door het uitbrengen van een herstelexploit, omdat de eerste dagvaarding altijd binnen de appeltermijn moet zijn uitgebracht. De keuze van eiseres om een herstelexploit uit te brengen brengt extra kosten mee, maar is niet onrechtmatig. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij het belang van een goede rechtspleging en het voorkomen van onnodige niet-ontvankelijkheid werd benadrukt.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling omdat het herstelexploit tijdig was uitgebracht zonder oprekking van de appeltermijn.