ECLI:NL:PHR:2001:AA9563
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming bij uitbesteding en terugname van voedingsdienst in zorginstelling
De zaak betreft een geschil over de vraag of bij de beëindiging van de exploitatieovereenkomst van de voedingsdienst tussen Stichting Ebbe en Vloed en BRN sprake was van een overgang van onderneming in de zin van de arbeidsrechtelijke bepalingen. Eiser, voormalig werknemer bij Ebbe en Vloed, stelde dat de rechten en verplichtingen uit zijn arbeidsovereenkomst met BRN op Ebbe en Vloed of Geldershof waren overgegaan.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat BRN de voedingsdienst niet zelfstandig voor eigen rekening en risico exploiteerde, maar slechts personeel leverde aan Ebbe en Vloed. Dit oordeel werd gebaseerd op diverse omstandigheden, waaronder het beheer van de voedingsdienst, de inkoop, de personeelsverantwoordelijkheid en het ontbreken van overdracht van activa.
De Hoge Raad bevestigde dat de criteria van het Europese Hof van Justitie, waaronder het behoud van de identiteit van de economische eenheid en de mate van personeels- en activatransfer, correct zijn toegepast. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bekrachtigde het oordeel dat geen overgang van onderneming had plaatsgevonden. De procedure werd voortgezet door de erfgenamen van eiser na diens overlijden.
Uitkomst: Er is geen sprake van overgang van onderneming; de arbeidsovereenkomst van eiser is niet overgegaan op Ebbe en Vloed of Geldershof.