ECLI:NL:PHR:2001:AA9595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken geldige volmacht
In deze zaak is een cassatieberoep ingesteld door een griffiemedewerker op basis van een brief van betrokkene A, die niet de veroordeelde is. Betrokkene A vermoedde dat zijn tweelingbroer, de verdachte, de overtredingen had begaan en gaf diens gegevens op bij politie. De griffie interpreteerde de brief als een schriftelijke machtiging tot cassatie.
De Hoge Raad benadrukt dat een rechtsmiddel door de veroordeelde zelf, een advocaat of een schriftelijk gemachtigde moet worden ingesteld. Betrokkene A was niet de veroordeelde en kon daarom geen volmacht geven aan de griffiemedewerker. Ook ontbrak een schriftelijke machtiging van de verdachte aan de griffiemedewerker.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat er geen geldig cassatieberoep is ingesteld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit volgt uit vaste rechtspraak waarin strikt wordt vastgehouden aan de wettelijke eisen voor het instellen van rechtsmiddelen.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van geldige volmacht door verdachte of gemachtigde.