ECLI:NL:PHR:2001:AA9596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontnemingsvordering wegens gebrekkige motivering en schending redelijke termijn
Het gerechtshof te Arnhem had verzoeker veroordeeld tot betaling van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Verzoeker stelde cassatie in tegen dit arrest en voerde meerdere middelen aan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd op welk bewijs de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel was gebaseerd, met name inzake het financieel verslag en verklaringen van getuigen. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden.
De Hoge Raad besprak uitgebreid de bewijsregels die gelden in ontnemingszaken, waarbij een hybride stelsel geldt dat afwijkt van het gewone strafproces. Zo is vrije bewijswaardering toegestaan en gelden minder strikte bewijsregels, maar moet wel voldaan worden aan de eis van voldoende motivering. Het hof had nagelaten een verkorte weergave van het financieel verslag te geven en had onduidelijk verwezen naar verklaringen van getuigen, wat niet voldoet aan de vereisten van art. 511e Sv.
Ten aanzien van de bewijsvoering in hoger beroep werd bevestigd dat verklaringen van getuigen uit eerste aanleg gebruikt mogen worden, mits deze niet betwist zijn, conform art. 511g lid 2 Sv. De Hoge Raad verwierp een striktere interpretatie die het gebruik van dergelijke verklaringen in hoger beroep zou verbieden.
De Hoge Raad verklaarde het eerste en tweede middel gegrond, waarbij het tweede middel tot vernietiging van het arrest leidt. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde behandeling en beslissing, waarbij het hof vrij is opnieuw te oordelen op basis van een juiste motivering en bewijswaardering. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en overschrijding van de redelijke termijn; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.