ECLI:NL:PHR:2001:AA9666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijslast van blootstelling aan asbest en werkgeversaansprakelijkheid in asbestzaak
In deze zaak vordert de werknemer, die gedurende zijn dienstverband bij Koninklijke Schelde Groep B.V. mogelijk aan asbest is blootgesteld en later mesothelioom ontwikkelde, een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens tekortschieten van de werkgever in de zorgplicht. De rechtbank en het hof hebben de vorderingen afgewezen omdat de werknemer onvoldoende heeft bewezen dat hij daadwerkelijk aan asbest is blootgesteld tijdens zijn werkzaamheden.
De Hoge Raad bespreekt de bewijslastverdeling bij asbestgerelateerde beroepsziekten en bevestigt dat de hoofdregel van artikel 177 Rv Pro geldt: de partij die zich op een rechtsgevolg beroept, moet feiten stellen en bewijzen. De werknemer moet dus aantonen dat hij daadwerkelijk aan asbest is blootgesteld. De werkgever hoeft niet te bewijzen dat blootstelling niet heeft plaatsgevonden, ook niet in het licht van de bijzondere aard van asbestschade en de veiligheidsmaatregelen.
De Hoge Raad overweegt dat de stelplicht van de werknemer weliswaar beperkt kan zijn, maar dat dit niet betekent dat de bewijslast omgekeerd wordt. De omstandigheden van het geval rechtvaardigen geen afwijking van de hoofdregel. Het beroep van de werknemer wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraken van rechtbank en hof worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de werknemer heeft onvoldoende bewezen dat hij daadwerkelijk aan asbest is blootgesteld.