ECLI:NL:PHR:2001:AA9704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts voor niet tijdig herkennen en behandelen van posttraumatische dystrofie na operatie
In deze zaak draait het om de vraag of een arts aansprakelijk is voor schade als gevolg van het niet tijdig herkennen en adequaat behandelen van posttraumatische dystrofie (PD) na een noodzakelijke en correct uitgevoerde operatie aan de hand van eiser.
Eiser klaagde direct na de operatie over hevige pijn, die door de arts aanvankelijk als gebruikelijke postoperatieve pijn werd gezien. Pas later werd de diagnose PD gesteld, een ernstige complicatie die kan leiden tot blijvende invaliditeit. Eiser vorderde schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen van de arts, zowel wegens het niet tijdig herkennen en behandelen van PD als wegens het niet informeren over het risico voorafgaand aan de operatie.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat PD een onvoorspelbare complicatie is en dat wetenschappelijk bewijs voor het nut van vroegtijdige behandeling ontbreekt. Het hof stelde vast dat de arts onzorgvuldig handelde, maar dat het causaal verband tussen deze fout en de schade niet was komen vast te staan. Deskundigen konden geen herstelkans aangeven en oordeelden dat de voorgeschreven fysiotherapie niet schadelijk was.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht het causaal verband ontkende en dat de arts niet aansprakelijk is voor de blijvende invaliditeit. Ook de klacht dat het hof onvoldoende rekening hield met het risico van fysiotherapie wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de arts niet aansprakelijk is wegens gebrek aan causaal verband.