1 In hoofdzaak ontleend aan het vonnis van de rechtbank van 9 maart 1994 en het tussenarrest van 13 februari 1996.
2 In de stukken wordt deze aandoening verschillend aangeduid. Gesproken wordt o.m. van Südeckse atrofie, sympathische dystrofie en (posttraumatische) reflexdystrofie. Kortheidshalve spreek ik verder van PD.
3 Zie voor een uitgebreid overzicht van het ziekteverloop en de behandelingen de Akte zijdens [eiser] d.d. 5 september 1995 en rov. 2 van het tussenarrest van 13 februari 1996.
4 Productie II bij de CvA.
5 Het Tuchtcollege spreekt van reflexdystrofie, zie noot 2.
6 Het hof lijkt hiermee toepassing te willen geven aan de leer van de gemiste kans. Zie hierover: Stolker, Aansprakelijk van de arts in het bijzonder voor mislukte sterilisaties, 1988, blz. 121-127; M.M. de Ridder, Kansverlies als schadefactor bij medische aansprakelijkheid, AA 1995, blz. 548 e.v.; Brunner, Is beroepsaansprakelijkheid iets bijzonders?, AA 1995, blz. 935-937; Bolt, preadvies NJV, 1996, blz. 142-144; Akkermans, Proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband, 1997, blz. 107 e.v. en in A&V 1996, blz.67-71. Zie voorts: Asser-Hartkamp 4-I, a.w., blz. 357-360, met verdere literatuurverwijzingen. Deze constructie kent in de literatuur de nodige pleitbezorgers (zie de hiervoor vermelde literatuur) en wordt in de lagere rechtspraak reeds gehanteerd (zie bijv. Rechtbank Amsterdam van 15 december 1993 en Hof Amsterdam van 4 januari 1996, NJ 1997, 213, besproken door Akkermans t.a.p.) Volgens Hartkamp valt uit een tweetal recente arresten af te leiden dat de ook de Hoge Raad deze constructie in beginsel accepteert (Asser-Hartkamp 4-I, a.w., blz. 359 onder verwijzing naar HR 24 oktober 1997, NJ 1998, 257 (PAS) en HR 17 oktober 1997, NJ1998, 508 (rov. 3.8) (JBMV). Zoals uit het hiernavolgende zal blijken, komt het hof hieraan echter verder niet toe.
7 De cassatiedagvaarding werd uitgebracht op 29 maart 1999. De tussenarresten van 13 juni 1995 (rov. 1-3) en 13 februari 1996 (rov. 7) bevatten weliswaar eindbeslissingen, maar in geen van deze arresten heeft het hof aan het proces omtrent enig deel van het gevorderde door een uitdrukkelijk dictum een einde gemaakt. Het heeft steeds iedere verdere beslissing aangehouden.
8 Vgl. blz. 5-6, 8, 11 en de conclusie op blz. 13.
9 HR 26 januari 1996, NJ 1997, 607.
10 Zie J. Spier e.a., Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, 1997, blz. 187 e.v.; Stolker, Aansprakelijkheid van de arts, in het bijzonder voor mislukte sterilisaties, 1988, blz. 121-127; M.M. de Ridder, Kansverlies als schadefactor bij medische aansprakelijkheid, AA 1995, blz. 548 e.v..
11 Zie voor verkeersnormen: HR 16 november 1990, NJ 1991, 55; HR 21 oktober 1994, NJ 1995, 95 en HR 24 december 1999, RvdW 2000, 11C; Voor veiligheidsnormen: HR 21 juni 1974, NJ 1974, 453 (GJS); HR 25 juni 1993, NJ 1993, 686 (PAS); HR 13 januari 1995, NJ 1997, 175 (CJHB); HR 20 september 1996, NJ 1997, 198 (PAS) en HR 6 december 1996, NJ 1997, 398.
12 Asser-Hartkamp 4-I, 2000, blz. 357-358, onder verwijzing naar HR 26 januari 1996, NJ 1996, 607 en HR 21 februari 1997, NJ 1999, 145 (CJHB). Hieraan kunnen nog worden toegevoegd HR 27 februari 1998, NJ 1998, 417 en HR 16 juni 2000, C98/300 (niet gepubliceerd).
13 HR 8 april 1994, NJ 1994, 550; HR 16 april 1999, NJ 1999, 666.
14 Parl. Gesch. Nieuw bewijsrecht, 1988, blz. 316.
15 Vgl.: HR 22 april 1983, NJ 1983, 666; HR 20 oktober 1989, NJ 1989, 898; HR 11 mei 1990, NJ 1990, 530; HR 6 november 1992, NJ 1993, 578; HR 14 mei 1993, NJ 1994, 448; HR 13 janauri 1995, NJ 1997, 175; HR 31 oktober 1997, NJ 1998, 98; Zie voorts: Burgerlijke Rechtsvordering (Sterk), aant. 2 en 3 bij de art. 221-225; Pitlo/Hidma/Rutgers, 1995, blz. 137.
16 Vgl. HR 11 oktober 1996, NJ 1998, 95 en HR 10 september 1999, NJ 1999, 795.
17 HR 19 februari 1999, NJ 1999, 428.