ECLI:NL:PHR:2001:AA9705

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00182/00
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 449 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken persoonlijke verschijning

De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 veroordeeld voor meerdere verkeersovertredingen, maar zonder toepassing van straf of maatregel. Tegen deze veroordeling is cassatie ingesteld door de advocaat van verdachte per brief. De Hoge Raad oordeelt dat cassatie volgens artikel 449 Sv Pro persoonlijk moet worden ingesteld door degene die het rechtsmiddel aanwendt, en dat de wet geen uitzondering maakt voor advocaten die dit namens hun cliënt doen.

Omdat de advocaat het cassatieberoep per brief heeft ingediend zonder dat verdachte persoonlijk verscheen, is het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad kan daarom niet inhoudelijk op de middelen van cassatie ingaan. Deze beslissing is in lijn met eerdere jurisprudentie waarin het belang van persoonlijke verschijning bij cassatie is benadrukt.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid, waarmee de procedure wordt beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van persoonlijke verschijning van verdachte.

Conclusie

Nr. 00182/00, 00183/00, 00184/00
Mr Machielse
Zitting 28 november 2000
Conclusie inzake:
[Verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 voor meerdere verkeersovertredingen veroordeeld, maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden toegepast.
Tegen die veroordeling is cassatie ingesteld. Mr D.V.A. Brouwer en mr J.M. Sjöcrona, advocaten te 's-Gravenhage, hebben een schriftuur ingezonden, houdende drie middelen van cassatie. De schriftuur richt zich enkel op het vonnis voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer 00184/00, welke zaak in feitelijke instantie parketnummer 10.601.872/98 heeft gekregen.
De Hoge Raad zal aan de beoordeling van de middelen niet kunnen toekomen. De cassatieakte meldt immers dat het rechtsmiddel namens verdachte is ingesteld per brief door mr M. Aukema, die - zo blijkt uit de stukken - verdachte als advocaat voor de kantonrechter heeft bijgestaan. Cassatie wordt volgens art.449 Sv Pro e.v. ingesteld door het afleggen van een verklaring, waarvan een akte wordt opgemaakt. Die verklaring moet mondeling worden afgelegd en vereist persoonlijke verschijning van degene die het rechtsmiddel wil aanwenden, behoudens waar de wet een uitzondering biedt. De wet voorziet niet in een uitzondering voor de advocaat die namens zijn cliënt een rechtsmiddel wil aanwenden. Een advocaat kan niet in die hoedanigheid per brief cassatie instellen.(1)
Het cassatieberoep is mitsdien niet ontvankelijk.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR NJ 1985,910; HR NJ 1989,416; HR NJ 1997,93.