ECLI:NL:PHR:2001:AA9705
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken persoonlijke verschijning
De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 veroordeeld voor meerdere verkeersovertredingen, maar zonder toepassing van straf of maatregel. Tegen deze veroordeling is cassatie ingesteld door de advocaat van verdachte per brief. De Hoge Raad oordeelt dat cassatie volgens artikel 449 Sv Pro persoonlijk moet worden ingesteld door degene die het rechtsmiddel aanwendt, en dat de wet geen uitzondering maakt voor advocaten die dit namens hun cliënt doen.
Omdat de advocaat het cassatieberoep per brief heeft ingediend zonder dat verdachte persoonlijk verscheen, is het beroep niet-ontvankelijk. De Hoge Raad kan daarom niet inhoudelijk op de middelen van cassatie ingaan. Deze beslissing is in lijn met eerdere jurisprudentie waarin het belang van persoonlijke verschijning bij cassatie is benadrukt.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid, waarmee de procedure wordt beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van persoonlijke verschijning van verdachte.