ECLI:NL:PHR:2001:AA9767
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepasselijkheid Fenex-condities ondanks Duitse wederpartij en taalbarrière
In deze zaak ging het om een geschil tussen een Nederlandse expediteur en een Duitse opdrachtgever over de toepasselijkheid van de Fenex-condities, algemene voorwaarden die een arbitraal beding bevatten. De opdrachtgever had een offerte gevraagd en een opdracht verstrekt na ontvangst van een offerte met een verwijzing naar deze voorwaarden in de Nederlandse taal.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de Fenex-condities niet van toepassing waren omdat het ging om een buitenlandse wederpartij en de verwijzing slechts in het Nederlands was opgenomen. Het hof vernietigde dit vonnis en stelde dat de condities wel deel uitmaakten van de overeenkomst, omdat de opdrachtgever als professionele internationale handelsonderneming had moeten begrijpen dat dergelijke voorwaarden gebruikelijk zijn.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Het stelde dat de stilzwijgende aanvaarding van de offerte met verwijzing naar de Fenex-condities gerechtvaardigd was, mede omdat de opdrachtgever geen nadere informatie had gevraagd en de omstandigheden een gerechtvaardigd vertrouwen bij de expediteur wekten. De taalbarrière en het feit dat de verwijzing alleen in het Nederlands was, rechtvaardigden geen andere conclusie. De klachten van de opdrachtgever werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Fenex-condities deel uitmaken van de overeenkomst en wijst het cassatieberoep af.