ECLI:NL:PHR:2001:AA9800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsverzoek in zaak medeplegen doodslag en verkrachting af ondanks nieuwe DNA- en deskundigeninzichten
In deze zaak zijn twee aanvragers veroordeeld wegens medeplegen van doodslag en verkrachting van een slachtoffer in 1994. Na verwerping van eerdere cassatieberoepen en herzieningsverzoeken, dienden zij opnieuw een verzoek tot herziening in op grond van nieuwe DNA-gegevens en deskundigenrapporten.
De nieuwe DNA-rapporten toonden aan dat het sperma en haren op het slachtoffer niet van de aanvragers afkomstig waren, maar van een onbekende man. Ook deskundigen zoals prof. Eskes heroverwogen eerdere standpunten over de zogenaamde verslepingstheorie. Daarnaast werden kritieken geuit op het opsporingsonderzoek en de betrouwbaarheid van bekentenissen, mede onderbouwd door analyses van oud-commissaris Blaauw en prof. Van Koppen.
De Hoge Raad concludeerde echter dat deze nieuwe feiten en inzichten geen omstandigheid opleveren als bedoeld in art. 457 lid 1 onder Pro 2o Sv die tot herziening kunnen leiden. Het hof was reeds op de hoogte van de DNA-uitslagen en de mogelijkheid van een onbekende dader, en de nieuwe rapporten brachten geen wezenlijke verandering in de beoordeling. Ook de kritiek op het opsporingsonderzoek en de verklaringen bood geen nieuwe feiten die het bewezenverklaringen zouden ondermijnen.
De Hoge Raad benadrukte dat het maken van een keuze tussen conflicterende aanwijzingen de taak van de rechter is en dat het verzoek onvoldoende nieuwe feiten bevat die het bewezenverklaringen zouden kunnen veranderen. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat de nieuwe feiten en inzichten geen aanleiding geven tot wijziging van de bewezenverklaring.