ECLI:NL:PHR:2001:AA9898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling aansprakelijkheid saneringskosten bodemverontreiniging na brand en milieugevaarlijke activiteiten
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid voor saneringskosten van een perceel grond waarop een bedrijf in chemicaliën was gevestigd. De eigenaar van de grond, verweerder, heeft de huurster, eiseres 1, aangesproken voor vergoeding van de saneringskosten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres 1 aansprakelijk was voor 30% van de schade. Het hof Arnhem stelde de aansprakelijkheid gelijkelijk vast op 50%, maar gaf onvoldoende motivering waarom milieugevaarlijke activiteiten van verweerder tussen 1982 en 1991 geen groter gewicht kregen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens motiveringsgebrek en verwijst de zaak terug. De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid van eiseres 1 mede gebaseerd is op onrechtmatige daad wegens het niet tijdig opruimen van verontreiniging na een brand in 1982, ondanks dat de brand zelf overmacht vormde.
Ook oordeelt de Hoge Raad dat het hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door de vraag te betrekken of er vóór 1 juli 1979 morsen waren die tot verontreiniging leidden. De Hoge Raad benadrukt dat het hof de feiten mag waarderen en dat grieven niet altijd expliciet in de memorie hoeven te staan.
De zaak wordt verwezen naar het hof voor nadere behandeling en beslissing over de verdeling van de saneringskosten, met inachtneming van de motiveringsplicht.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling en motivering.