ECLI:NL:PHR:2001:AA9957
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitlevering en recht op verdediging volgens artikel 6 EVRM bij verstekveroordeling in hoger beroep
In deze zaak gaat het om de uitlevering van een persoon aan Italië ter uitvoering van een arrest van het hof te Bologna. De rechtbank verklaarde de uitlevering deels ontoelaatbaar omdat de opgeëiste persoon geen gebruik had gemaakt van zijn recht aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep, maar verwierp het verweer voor het arrest van 23 januari 1990. De Hoge Raad onderzoekt of de opgeëiste persoon ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op verdediging zoals beschermd door artikel 6 lid 3 onder Pro c EVRM.
De Hoge Raad overweegt dat het recht op verdediging in persoon of via een raadsman een fundamenteel recht is dat niet lichtvaardig kan worden opgegeven. Uit de stukken blijkt niet dat de opgeëiste persoon persoonlijk op de hoogte was van het hoger beroep door het openbaar ministerie, noch dat hij uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wordt uitgebreid besproken, waarin wordt benadrukt dat een veroordeling bij verstek alleen kan standhouden als de betrokkene ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn rechten.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat afstand was gedaan en dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de rol van de advocaat in hoger beroep en de wijze van oproeping. Daarom wordt de bestreden uitspraak vernietigd en wordt een nieuwe zittingsdatum vastgesteld om de zaak verder te behandelen, waarbij de opgeëiste persoon en zijn advocaat worden opgeroepen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en bepaalt een nieuwe zittingsdatum voor nader onderzoek naar het recht op verdediging in hoger beroep.