ECLI:NL:PHR:2001:AA9958
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks gijzeling verdachte en afwijzing getuigenverzoek
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 14 juni 1999 veroordeeld voor het voorbereiden of bevorderen van een feit onder de Opiumwet en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van 21 maanden waarvan zeven voorwaardelijk.
De verdediging verzocht het hof om diverse getuigen te horen die inzicht konden geven in de afwegingen van politie en OM rondom de gijzeling van verdachte, die pas op 10 december 1997 werd beëindigd. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de gevraagde getuigen geen direct verband hielden met de tenlastegelegde feiten.
De verdediging voerde aan dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van beginselen van een behoorlijk strafproces, omdat de gijzeling en het late ingrijpen de verdedigingsrechten van verdachte zouden hebben geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het juiste criterium heeft toegepast en dat het optreden van politie en OM niet heeft geleid tot een tekortkoming in het recht op een eerlijk proces.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de strafoplegging en het oordeel over de ontvankelijkheid van het OM.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ontvankelijkheid van het OM en verwerpt het cassatieberoep tegen de strafoplegging.