ECLI:NL:PHR:2001:AB0184
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onjuiste rechtsopvatting over redelijkheid en billijkheid in declaratiegeschil
Eiser had een advocaat (verweerder) in de arm genomen voor advies over een kort geding. Verweerder adviseerde eiser om de zaak te laten rusten en factureerde hiervoor een bedrag van f 705, vermeerderd met rente en kosten. Eiser betwistte dat er een overeenkomst van dienstverlening was en voerde aan dat verweerder tekort was geschoten in zijn verplichtingen.
De kantonrechter wees de vordering van verweerder toe, maar beperkte het bedrag op basis van redelijkheid en billijkheid omdat er geen specifieke afspraak over de kosten was gemaakt. Eiser kwam hiertegen in cassatie met het middel dat de kantonrechter onjuist had geoordeeld door de vordering op grond van redelijkheid en billijkheid toe te wijzen in plaats van verweerder niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel een rechtsklacht bevat die niet tot cassatie leidt bij een kantonrechtervonnis en dat eiser bovendien niet heeft betwist dat hij de declaratie niet betwistte in omvang. Daarom is eiser niet-ontvankelijk in zijn beroep en wordt hij veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep en veroordeeld in de kosten.