ECLI:NL:PHR:2001:AB0202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugvordering onterecht verstrekte bijstand wegens gemeenschappelijke huishouding
In deze zaak gaat het om de terugvordering van bijstand die aan Pepplinkhuizen is verstrekt over de periode 1985 tot 1997. De gemeente Wageningen stelde dat Pepplinkhuizen onjuiste informatie had verstrekt door te verzwijgen dat zij een gemeenschappelijke huishouding voerde met Van Laar, die inkomsten had boven de bijstandsnorm. Op basis van een onderzoek van de Sociale Recherche werd geconcludeerd dat sprake was van samenwoning, hetgeen leidde tot beëindiging en herziening van de bijstandsuitkering en terugvordering van bedragen.
Pepplinkhuizen en Van Laar betwistten dit, maar de Kantonrechter en de Rechtbank Arnhem oordeelden dat uit de overgelegde stukken voldoende bleek dat sprake was van samenwoning. Van Laar werd vrijgesproken in een strafzaak, maar dit deed niet af aan de civiele beoordeling. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de formele rechtskracht van de terugvorderingsbesluiten en de vraag of Pepplinkhuizen voldoende belang had bij haar beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de terugvorderingsbesluiten niet de formele rechtskracht hadden van de beëindigingsbesluiten en vernietigde het vonnis tussen Van Laar en de gemeente. Ten aanzien van Pepplinkhuizen werd het cassatieberoep verworpen omdat zij geen belang had bij het beroep, gezien de feiten en de ondertekende verklaringen. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling van de specifieke samenwoningskwestie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnis tussen Van Laar en gemeente en verwerpt cassatieberoep Pepplinkhuizen wegens gebrek aan belang.