1. Verzoeker is door de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch, wegens 1. “medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen” en 2. “zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden bevinden” veroordeeld ten aanzien van het eerste feit tot een geldboete van f 340,-- subsidiair 6 dagen hechtenis en ten aanzien van feit 2 tot een geldboete van f 60,-- subsidiair één dag hechtenis. Wegens de door het eerste feit ontstane schade is aan verzoeker een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en is hij veroordeeld tot betaling van een geldsom aan de benadeelde partij.
2. Tegen de veroordeling voor het tweede feit heeft mr E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, namens verzoeker cassatieberoep ingesteld en een middel van cassatie voorgesteld. Deze zaak hangt samen met de zaken die bij de Hoge Raad bekend zijn onder de griffienummers 00291/00, 00292/00 en 00295/00, waarin eveneens heden wordt geconcludeerd.
3. Er wordt over geklaagd dat een ter zitting gevoerd verweer, dat een beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid dan wel handelen in rechtvaardigende overmacht (noodtoestand) in verband met een rechtsplicht die voor verzoeker uit regels van internationaal publiekrecht voortvloeide inhield, ten onrechte is verworpen.
4. Dat verweer is in het proces-verbaal waarin de bestreden uitspraak is aangetekend als volgt samengevat:
“Het gaat hier om het handelen van de nederlandse overheid wat in strijd is met het Internationale Recht. Iedereen is immers op de hoogte welk effect wordt bereikt bij het inzetten van dergelijke wapens. Het Internationaal Gerechtshof heeft zich hierover al uitgelaten. Het opslaan van atoomwapens voor eventueel gebruik zoals op Volkel, is naar het oordeel van het Internationaal Gerechtshof dd 8 juli 1996 onrechtmatig.
In casu is er sprake van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid (…).
Je kunt je afvragen of er wellicht andere middelen ter beschikking stonden. Wel nu er zijn al kamervragen gesteld, demonstraties gehouden, er is veelvuldig geprocedeerd. Op een gegeven moment houdt het gewoon op.”
5. Ten aanzien van dat verweer is in de bestreden uitspraak overwogen:
“De strafbaarheid.
De raadsman heeft een beroep gedaan op noodtoestand/afwezigheid van materiële wederrechtelijkheid met verwijzing naar een rechtsplicht op grond van internationaal recht, in het bijzonder de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof dd 8 juli 1996, en het daaruit voortvloeiende inspectierecht, op grond waarvan verdachte het hek wel moest doorknippen. De politierechter overweegt het navolgende:
Hier is geen sprake van een accuut belangenconflict waarin een keuze onvermijdelijk was. Bovendien was er alleen in de beleving van verdachte sprake van een noodtoestand, een subjectieve waarneming die afwijkt van de objectieve betekenis die de juridische toepasbaarheid vereist. Het is niet aannemelijk dat zijn handelswijze effectief zou kunnen zijn in de zin dat het zijn doel, verwijdering van kernwapens uit de wereld, Nederland althans de vliegbasis Volkel, zou bewerkstelligen. Het staat niet vast dat alle legale alternatieven die aan hem open stonden waren uitgeput.
Met betrekking tot het gestelde bestaan van een rechtsplicht zou ik het volgende willen overwegen:
aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, waarin overigens niet wordt overwogen dat gebruik c.q. dreiging met kernwapens onder alle omstandigheden onrechtmatig is, valt geen rechtsplicht te ontlenen om hekwerk te vernielen.
Het verbod om het hek te vernielen betekent niet het niet kunnen of mogen strijden tegen in zijn ogen onrechtmatige aanwezigheid van kernwapens op de vliegbasis Volkel.”