ECLI:NL:PHR:2001:AB0384
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens ontbreken onafhankelijke psychiaterverklaring bij voorlopige machtiging Bopz
Op 20 juli 2000 verleende de rechtbank te Assen een voorlopige machtiging tot opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis voor vier maanden. De officier van justitie had een geneeskundige verklaring overgelegd die niet door een onafhankelijke psychiater was opgesteld. Betrokkene stelde beroep in cassatie tegen de machtiging.
De Hoge Raad oordeelt dat bij de vordering van 19 juli 2000 een verklaring vereist is van een psychiater die betrokkene kort tevoren heeft onderzocht en niet bij diens behandeling betrokken is. Ontbreekt een dergelijke verklaring, dan leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid, maar tot de verplichting tot overlegging van een juiste verklaring alvorens te beslissen.
De rechtbank had na verwijzing onvoldoende gemotiveerd dat de verklaring van de geneesheer-directeur en medisch personeel voldeed aan deze eis. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank bij de herbeoordeling recente medische informatie moet inwinnen en dat de verklaring van een onafhankelijke psychiater onmisbaar blijft. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar de rechtbank terug voor verdere behandeling met inachtneming van deze vereisten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van een verklaring van een onafhankelijke psychiater en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.