ECLI:NL:PHR:2001:AB0631
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek lijfrentetermijn bij verplichte afdracht arbeidsinkomsten aan religieuze leefgemeenschap
De belanghebbende was lid van de Focolarebeweging, een religieuze leefgemeenschap met eigen statuten en reglementen die voorschrijven dat leden hun arbeidsinkomsten afdragen aan de gemeenschap. In 1992 bevond de belanghebbende zich in de periode van tijdelijke geloften, waarin hij zijn eigendom behield maar het beheer en de vruchten van zijn arbeid aan de gemeenschap moest afstaan. Hij had een notariële verplichting om jaarlijks ƒ 10.000 aan de Stichting B te betalen, die de financiële middelen van de beweging beheert.
De belanghebbende wilde deze jaarlijkse afdracht als aftrekbare lijfrentetermijn opvoeren in zijn belastingaangifte, maar de Inspecteur weigerde deze aftrek. Het geschil betrof de vraag of deze afdracht kwalificeert als een aftrekbare gift of lijfrentetermijn volgens art. 47 Wet Pro IB 1964. Het Hof oordeelde dat de afdracht voortvloeit uit het lidmaatschap en de bijbehorende rechten en verplichtingen, en dat er geen sprake is van een periodieke uitkering in de zin van een lijfrente.
De Hoge Raad bevestigt dat de afdracht geen aftrekbare lijfrentetermijn is omdat deze deel uitmaakt van een complex van natuurlijke en civiele verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Focolare. Er ontstaat geen op geld waardeerbare aanspraak tegenover de belanghebbende. Ook een mogelijk excedent boven de waarde van de ontvangen tegenprestaties is niet aannemelijk gemaakt. De belanghebbende kan zijn arbeidsinkomsten fiscaalrechtelijk pas afstaan op het moment van ontvangst, maar de afdracht is geen schenking in de zin van art. 47 Wet Pro IB. Het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de afdracht van arbeidsinkomsten aan de Focolarebeweging is geen aftrekbare lijfrentetermijn.