ECLI:NL:PHR:2001:AB0693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over uitleg en rechtsgevolgen van zekerheidsrechten bij Leyland DAF insolventie
De zaak betreft een cassatieberoep van Leyland DAF Ltd. en Leyland DAF International Ltd. tegen het arrest van het hof in een insolventiegeschil met de Nederlandsche Trust-Maatschappij B.V. en Stichting Ofasec. De kern van het geschil betreft de uitleg van zekerheidsrechten, de betekenis van de prospectus en trustdocumenten, en de rechtspositie van obligatiehouders binnen het DAF-concern.
De Hoge Raad verwijst veelvuldig naar een parallelzaak (C 99/054) en bevestigt dat de klachten van Leyland-vennootschappen grotendeels falen. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de rechten van obligatiehouders mede worden bepaald door de interpretatie van de prospectus en trustdocumenten, en dat het abstracte karakter van het toonderpapier niet leidt tot onaanvaardbare verschillen tussen obligatiehouders.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de Administration Conditions en borgtochtovereenkomsten instrumenten zijn om uitvoering te geven aan de gekozen zekerheidsopzet, zonder nieuwe materiële rechten te scheppen. Ook de rechtskeuze voor Nederlands en Engels recht is begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.