ECLI:NL:PHR:2001:AB0694
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep ABN AMRO wegens ontbreken belang
In deze zaak vordert ABN AMRO Bank N.V. dat wordt vastgesteld dat zij jegens obligatiehouders onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. Deze vordering is echter afhankelijk gesteld van een voorwaarde, namelijk dat een vordering tegen Ofasec wordt afgewezen.
Het hof heeft geoordeeld dat deze voorwaarde niet is vervuld, waardoor de vordering van ABN AMRO niet aan de orde komt. ABN AMRO heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld om te voorkomen dat het hofsoordeel over de uitleg van het pari passu-recht nadelig voor haar zou zijn. Dit beroep is onder de voorwaarde ingesteld dat het beroep van Ofasec of andere partijen tot vernietiging van het bestreden arrest zou leiden.
De Hoge Raad overweegt dat ABN AMRO geen belang heeft bij haar cassatieberoep omdat het zich richt op een onderdeel van het arrest dat alleen betrekking heeft op de vordering tegen Ofasec, waarbij ABN AMRO geen partij is. Bovendien is de voorwaarde waaronder het beroep is ingesteld niet vervuld. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep van ABN AMRO moet worden verworpen wegens gebrek aan belang en niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van ABN AMRO wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en het niet vervullen van de voorwaarde.