ECLI:NL:PHR:2001:AB0701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over aansprakelijkheid bank voor misleidende informatie in obligatielening prospectus
De zaak betreft een geschil tussen Nederlandse Trustmaatschappij B.V. en Ingenieursbureau [A] B.V. enerzijds en ABN AMRO Bank N.V. anderzijds over de uitgifte van een obligatielening door DAF N.V. Centraal staat de vraag of in de prospectus een pari passu-recht is opgenomen dat ook betrekking heeft op zekerheden verstrekt door DAF-dochtervennootschappen, en of ABN AMRO aansprakelijk is voor misleidende informatie in de prospectus.
De rechtbank wees de vorderingen van NTM en [A B.V.] tegen ABN AMRO af, stellende dat de prospectus niet misleidend was en duidelijk maakte dat het pari passu-recht slechts betrekking had op zekerheden door DAF N.V. zelf. Het hof vernietigde dit vonnis deels en oordeelde dat de vordering tegen ABN AMRO niet aan de orde had mogen komen omdat de primaire vordering tegen Ofasec nog niet was beslist.
De Hoge Raad bespreekt de complexiteit van de zaak, met name de voorwaardelijke aard van de vordering tegen ABN AMRO en de onduidelijkheid over de inhoudelijke toewijsbaarheid van de primaire vordering tegen Ofasec. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij ook aandacht wordt besteed aan proceskostenveroordelingen en de mogelijkheid van een nieuwe procedure.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.