ECLI:NL:PHR:2001:AB0852
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over fiscale kwalificatie en belastingheffing van ESCAPE-beleggingsproducten
In deze zaak stond de fiscale behandeling van het beleggingsproduct ESCAPE centraal, dat bestaat uit een combinatie van warrants uitgegeven door Midland Bank en verhandeld via Bank Bangert Pontier. De staatssecretaris van Financiën stelde dat de aankoop van ESCAPEs fiscaal moest worden gezien als het aangaan van een geldlening, waardoor de winst bij omwisseling belastbaar zou zijn als rente.
Het Hof Arnhem verwierp dit standpunt en kwalificeerde ESCAPEs als combinaties van opties met een afgedekt koersrisico, waarbij waardestijgingen niet als inkomsten uit vermogen konden worden belast. De belanghebbende had bij omwisseling van ESCAPEs in ESCAPE 1.1 een conversievoordeel behaald dat het Hof niet als belastbaar aanmerkte.
De Hoge Raad bevestigde dat ESCAPEs fiscaal moeten worden gekwalificeerd als combinaties van opties en niet als geldleningen. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het conversievoordeel bij omwisseling niet als rente belastbaar is, omdat de rechten aan de ESCAPEs en ESCAPE 1.1 gelijk zijn gebleven. De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de staatssecretaris af.
Daarnaast besprak de conclusie de fiscale behandeling van uitkeringen uit ESCAPEs en ESCAPE 1.1, waarbij werd opgemerkt dat deze onder overgangsbepalingen van de Wet IB 2001 kunnen vallen. Ook werd ingegaan op de positie van nieuwe beleggers in ESCAPE 1.1 en de fiscale gevolgen van tussentijdse vervreemding.
De conclusie geeft een uitgebreide juridische analyse van de kwalificatie van ESCAPEs, de fiscale gevolgen van omwisseling en uitkeringen, en de toepassing van relevante belastingwetten en overgangsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen en het Hof-arrest bevestigd.