ECLI:NL:PHR:2001:AB0959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in ongecertificeerd pootgoed aardappelen in strijd met Zaaizaad- en Plantgoedwet
Verzoeker werd door het gerechtshof Leeuwarden veroordeeld wegens het meermalen en opzettelijk in het verkeer brengen en verder verhandelen van teeltmateriaal, te weten pootgoed aardappelen, zonder dat dit gecertificeerd pootgoed was zoals vereist volgens de Zaaizaad- en Plantgoedwet (ZPW).
In cassatie werd onder meer aangevoerd dat het hof ten onrechte geen schorsing van de zitting had bevolen om verzoeker alsnog rechtsbijstand te verlenen, en dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip teeltmateriaal, waarbij volgens verzoeker de feitelijke bestemming van de aardappelen bepalend zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat verzoeker op de hoogte was van zijn recht op rechtsbijstand en dat hij bewust had gekozen daarvan geen gebruik te maken, zodat geen schending van het recht op rechtsbijstand was. Tevens stelde de Hoge Raad dat het begrip teeltmateriaal niet uitsluitend wordt bepaald door de uiteindelijke bestemming, maar ook door feitelijke omstandigheden zoals factuurvermeldingen, klassenaanduidingen en prijs. Het hof had daarom geen onjuiste uitleg gegeven.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het vonnis van het hof, inclusief de opgelegde geldboete en subsidiaire hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoeker voor het verhandelen van ongecertificeerd pootgoed aardappelen.