ECLI:NL:PHR:2001:AB1062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens vermeende discriminatie in inverdienregeling huisartsen
Eiseres sloot in 1983 met de Staat een overeenkomst waarbij zij een renteloze lening ontving ter financiering van haar huisartsenopleiding. De lening kon gefaseerd worden kwijtgescholden op basis van een inverdienregeling, waarbij voltijdwerkende huisartsen recht hadden op volledige kwijtschelding en deeltijdwerkers een evenredig deel. Eiseres stelde dat zij, ondanks een deeltijdfunctie, feitelijk voltijds werkte en dat de regeling daardoor een ongerechtvaardigd onderscheid maakte, wat indirecte discriminatie naar geslacht en directe discriminatie tussen voltijd- en deeltijdwerkers opleverde.
De kantonrechter oordeelde dat de regeling in strijd was met het discriminatieverbod en kende eiseres volledige kwijtschelding toe. De rechtbank vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat de regeling niet leidde tot indirecte discriminatie en dat de kwijtschelding naar evenredigheid plaatsvond, wat geen discriminatie vormde. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieklachten van eiseres, onder meer omdat de rechtbank de relevante aspecten van discriminatie had onderzocht en de motiveringen voldoende waren.
De Hoge Raad benadrukte dat een onderscheid tussen voltijd- en deeltijdwerkers op zichzelf geen discriminatie is, mits het verband houdt met de omvang van de functie. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank terecht was uitgegaan van de werkgeversverklaring en dat eiseres onvoldoende concrete feiten had gesteld om het tegendeel te bewijzen. Het beroep werd verworpen en eiseres werd in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en haar vordering tot volledige kwijtschelding afgewezen.